Volg de eenvoudige stappen voor batterijzorg hieronder om het meeste uit uw DURACELL-batterijen te halen:
Het recyclen van alle typen wegwerp- en oplaadbare batterijen wordt in Europa gereguleerd door een Europese wet. Dit vereist onder andere van fabrikanten en importeurs van batterijen om te betalen voor het inzamelen en recyclen van hun batterijen na gebruik. In alle landen zijn er inzamelboxen waar klanten hun gebruikte batterijen kunnen inwerpen. Deze bevinden zich in winkels die batterijen verkopen en ook in gemeentelijke afvalverzamelingsdepots. In sommige landen zijn ook inzamelboxen aanwezig in scholen en andere openbare gebouwen.
In alle landen is Duracell lid van een inzamel- en recyclingorganisatie die werkt volgens een hoge professionele standaard om te garanderen dat alle ingezamelde batterijen, getransporteerd, gesorteerd en gerecycled worden volgens alle wettelijke vereisten.
Professionele batterijgebruikers wordt aangeraden om een eigen inzamelpunt voor gebruikte batterijen in te richten met een inzamel- en recyclingorganisatie die ze regelmatig gratis komt ophalen voor recycling.
Nuttige informatie
| AB5 |
Een metaallegering (bijv. LaNi5) die een omkeerbare waterstofabsorptie-/-desorptiereactie kan ondergaan wanneer de batterij respectievelijk wordt opgeladen en ontladen. |
| Absorptie |
Het opnemen of vasthouden van één materiaal door een ander materiaal door middel van een chemische of moleculaire actie. |
| Ampère/uur-vermogen |
De hoeveelheid elektriciteit gemeten in ampère/uur (Ah) die in bepaalde omstandigheden kan worden geleverd door een cel of batterij. |
| Anode |
De elektrode in een elektrochemische cel waar oxidatie plaatsvindt. Tijdens de ontlading is de anode de negatieve elektrode van de cel. Tijdens het opladen is de anode de positieve elektrode. |
| Batterij of batterijdoos |
Twee of meer elektrochemische cellen die elektrisch met elkaar verbonden zijn in een geschikte seriële/parallelle schakeling om te zorgen voor de benodigde werkspanning en stroomniveaus. In het dagelijks taalgebruik wordt de term "batterij" vaak ook gebruikt om een afzonderlijke cel aan te duiden. |
| Bobine |
Een cilindervormig celontwerp waarbij een interne cilindervormige elektrode wordt gebruikt en een externe elektrode die als een lager in de celhouder geplaatst is. |
| Boven-minimale lading |
Een lage lading die volgt op de hoofdlading en die is bedoeld om te zorgen voor maximaal vermogen. |
| Cel |
De elektrochemische basiseenheid die wordt gebruikt om elektrische energie op te wekken of op te slaan. |
| Compensatielading |
Een lage lading, die het evenwicht herstelt bij verliezen door lokale actie en/of periodieke ontlading om een cel of batterij in volledig geladen toestand te houden. |
| Coulomb |
De hoeveelheid elektriciteit die door een stroom van één ampère gedurende één seconde wordt getransporteerd. |
| C-vermogen (zie ook uurvermogen) |
Ontladings- of ladingsstroom, in ampère, die wordt uitgedrukt in veelvouden van het nominale vermogen. Bijvoorbeeld, C/10-ontladingsstroom voor een batterij met een nominaal vermogen van 1,5 Ah is: 1,5 Ah/10 = 150 mA (Het vermogen van een cel is niet hetzelfde voor alle ontladingssnelheden en neemt over het algemeen toe bij afname van de snelheid.) |
| Desorptie |
Het tegenovergestelde van absorptie waarbij het materiaal dat door een medium of een ander materiaal wordt vastgehouden, weer wordt vrijgegeven. |
| Drempelspanning (zie ook Eindspanning) |
De spanning van een batterij waarbij de ontlading beëindigd is. De drempelspanning wordt aangegeven door de batterijfabrikant en hangt over het algemeen af van de ontladingstijd. |
| Droge cel |
Een cel met een niet-mobiel elektrolyt. De term "droge cel" wordt vaak gebruikt om de Leclanche-cel te beschrijven. |
| Eindspanning (zie ook Drempelspanning) |
De voorgeschreven spanning waarbij de ontlading (of het opladen, in het geval van geen spanning) van een batterij als voltooid kan worden beschouwd. |
| Elektrochemisch equivalent |
Gewicht van een stof die op een elektrode wordt afgezet wanneer de hoeveelheid elektriciteit die erdoorheen geleid wordt één coulomb is. |
| Elektrode |
De plaats, het gebied of de locatie waar de elektrochemische processen plaatsvinden. |
| Elektrolyt |
Het medium dat het ionentransportmechanisme levert tussen de positieve en negatieve elektroden van een cel. |
| Energie |
Het uitgiftevermogen van een cel of batterij, dat doorgaans wordt uitgedrukt in watt-uur. |
| Energiedichtheid |
De verhouding van de energie die beschikbaar is uit een batterij en zijn volume (Wh/L) of gewicht (Wh/kg). |
| E-vermogen |
Ontladings- of ladingsvermogen, in watt, uitgedrukt als een veelvoud van het nominale vermogen van een cel of batterij dat wordt uitgedrukt in watt-uur. Bijvoorbeeld de E/10-snelheid van een cel of batterij met een nominaal vermogen van 17,3 watt-uur is 1,73 watt. (Dit is gelijk aan de methode voor de berekening van de C-vermogen.) |
| Gasvorming |
De ontwikkeling van gas bij één of meer van de elektroden in een cel. Gasvorming komt doorgaans voort uit een lokale actie (zelfontlading) of uit de elektrolyse van water in het elektrolyt tijdens het opladen. |
| Gebruikscoëfficiënt |
Het gebruiksregime van een batterij met inbegrip van factoren zoals ladings- en ontladingssnelheid, ontladingsdiepte, cyclusduur en tijdsduur in de standby-modus. |
| Gedwongen ontlading |
Ontlading van een cel in een batterij, door de andere cellen of door een externe krachtbron, tot onder nul volt voor een spanningsomkering. |
| Geheugeneffect |
Een verschijnsel waarbij een cel of batterij die in achtereenvolgende cycli met dezelfde, maar minder dan volledige ontladingsdiepte wordt gebruikt, tijdelijk de rest van zijn vermogen verliest bij normale spanningsniveaus. |
| Gevaarlijk afval |
Afval dat door de overheid geclassificeerd wordt als "gevaarlijk" (dat wil zeggen potentieel schadelijk voor het milieu). |
| Gravimetrische energiedichtheid |
De verhouding van de energie-uitgifte van een cel of batterij en zijn gewicht (Wh/kg). Deze term wordt door elkaar gebruikt met de term specifieke energie. |
| Grensstroom |
Het maximale stroomverbruik waarbij de betreffende batterij op de juiste wijze presteert bij een constante belasting. De grootte is gebaseerd op het niveau van de belasting dat de bedrijfsspanning reduceert tot 1,1 volt. |
| Hertz |
De standaardeenheid van frequentie. Een frequentie van één volledige cyclus per seconde is een frequentie van één hertz. |
| Houdbaarheid |
De duur van de opslag onder bepaalde omstandigheden aan het eind waarvan de batterij nog steeds het vermogen heeft om een bepaalde prestatie te leveren. |
| Interne impedantie |
De weerstand die wordt uitgeoefend door een onderdeel (cel of batterij) in een stroomkring tegen de stroom van een wisselstroom (AC) met een bepaalde frequentie als gevolg van weerstand, inductie en elektrische capaciteit. |
| Interne weerstand |
De weerstand die wordt uitgeoefend door een onderdeel in een stroomkring tegen de stroom van gelijkstroom (DC). In een cel is de interne weerstand de som van de ionen- en elektronenweerstanden van de onderdelen in de cel. |
| IR-val |
Een spanningsval in verband met de elektrische weerstand (R) van een batterij of een stroom (I). De spanningsval is het product van de stroom (in ampère) en de weerstand (in ohm). |
| Kathode |
De elektrode in een elektrochemische cel waar reductie plaatsvindt. Tijdens de ontlading is de kathode de positieve elektrode van de cel. Tijdens het opladen, bij een oplaadbare batterij, is de kathode de negatieve elektrode. |
| Kortsluitstroom (SCC) |
De aanvankelijke waarde van de stroom die uit een batterij wordt verkregen in een stroomkring met een te verwaarlozen weerstand. |
| Ladingscontrole |
Techniek voor het bepalen van de lading van een oplaadbare batterij. |
| Legering |
Een mengsel van een aantal verschillende metalen of van een metaal en een niet-metaal. |
| Levensduur |
Het aantal cycli dat in bepaalde omstandigheden beschikbaar is bij een secundaire batterij, voordat deze niet langer meer voldoet aan bepaalde criteria op het gebied van prestatie. |
| Levensduur |
De periode van nuttige gebruiksduur van een batterij voordat er een vooraf bepaalde eindpuntspanning bereikt wordt. |
| Luchtvochtigheid |
De gemiddelde vochtigheid van de omgeving. |
| Metallisch hydride |
Een verbinding of legering van metalen waarin waterstof geabsorbeerd is; ook: de negatieve elektrode in een batterij met een metallisch hydride van nikkel. |
| Middenpuntsspanning |
De spanning van een batterij halverwege de ontlading tussen de aanvang van de ontlading en de eindspanning. |
| Nominaal vermogen |
Het aantal ampère/uur dat een batterij kan leveren in bepaalde omstandigheden (bijv. ontladingssnelheid, eindspanning, temperatuur); doorgaans wordt dit gespecificeerd door de batterijfabrikant. |
| Nominale spanning |
De kenmerkende werkspanning of nominale spanning van een batterij. |
| Omgevingstemperatuur |
De gemiddelde temperatuur van de omgeving. |
| Omkering |
Het veranderen van de normale polariteit van een batterij vanwege overbelasting. |
| Ontlading |
De omzetting van de chemische energie van een batterij in elektrische energie en de onttrekking van de elektrische energie door een belasting. |
| Ontlading met constant vermogen |
Een ontladingsregime van een batterij waarbij de stroom tijdens de ontlading toeneemt naarmate de spanning in de batterij afneemt. |
| Ontlading met constante stroom |
Een ontladingsregime van een batterij waarbij de stroom die tijdens de ontlading wordt onttrokken constant blijft. |
| Ontlading met constante weerstand |
Een ontladingsregime van een batterij waarbij de weerstand van de apparaatbelasting tijdens de ontlading constant blijft.
|
| Ontladingsdiepte |
De verhouding van de hoeveelheid elektriciteit (normaalgesproken in ampère/uur) die uit een batterij gehaald wordt en zijn nominale vermogen. |
| Ontladingssnelheid |
De snelheid, normaalgesproken uitgedrukt in ampères, waarmee elektrische stroom uit de batterij wordt gehaald. |
| Open-klemspanning (OCV) |
Het potentiaalverschil tussen de polen van een cel wanneer de stroomkring open is (situatie waarin er geen stroom loopt). |
| Oplaadbare (of "secundaire") batterij |
Een galvanische batterij die, na ontlading, in de volledig geladen toestand kan worden hersteld door een elektrische stroom door de cel te laten passeren in de tegengestelde richting als bij de ontlading. |
| Opladen |
De omzetting van elektrische energie, die wordt geleverd in de vorm van elektrische stroom van een externe bron, om de chemische energie in een cel of batterij te herstellen. |
| Overbelasting |
Stroom door een cel dwingen nadat al het actieve materiaal is omgezet in geladen toestand, dat wil zeggen het voortzetten van het opladen na het bereiken van een status van 100 procent lading. |
| Overontlading |
Het proces van het ontladen van een cel of batterij tot over zijn sluitspanning heen en mogelijkerwijs naar een spanningsomkering. |
| Parallel |
Term die wordt gebruikt om de onderlinge verbinding tussen cellen of batterijen te beschrijven waarin alle gelijke polen met elkaar verbonden zijn. Dit leidt tot een groter vermogen. |
| Passivering |
Het verschijnsel waarbij een metaal, hoewel dit zich in omstandigheden van thermodynamische onstabiliteit bevindt, op onbepaalde wijze onaangetast blijft vanwege gewijzigde of veranderde omstandigheden aan het oppervlak. |
| Polarisatie |
Het verlagen van het potentiaal van een cel of elektrode uit zijn evenwichtswaarde dat wordt veroorzaakt door het passeren van een elektrische stroom. |
| Polariteit |
Bij elektriciteit, de omstandigheid van het positief of negatief zijn. |
| Positieve temperatuurcoëfficiënt (PTC) |
Een thermaal reactieve voorziening die zeer resistent wordt bij een bepaalde temperatuur of stroom. |
| Primaire batterij |
Een batterij die niet bestemd is om opnieuw te worden opgeladen en die wordt weggegooid wanneer de batterij al zijn elektrische energie heeft afgegeven. |
| Proef met continue ontlading |
Een proef waarbij een batterij zonder onderbreking tot een bepaald eindspanningspunt wordt ontladen. |
| Proef met intermitterende ontlading |
Een test waarbij een batterij wordt onderworpen aan afwisselende periodes van ontlading en rust overeenkomstig een bepaald ontladingsregime. |
| Pulsstroom |
Een periodiek stroomverbruik dat hoger is dan het normale verbruik. |
| Separator |
Een ionendoorlatend niet elektronengeleidend scheidingslichaam of materiaal dat elektronisch contact voorkomt tussen elektroden van tegengestelde polariteit in dezelfde cel. |
| Serie |
Het zodanig onderling verbinden van cellen dat de positieve pool van de eerste wordt verbonden met de negatieve pool van de tweede, enzovoort, wat leidt tot een grotere spanning. |
| Spanningsafgestemd |
Een systeem voor batterijen en apparaten waarin een mechanische identificator zit om ervoor te zorgen dat alleen batterijen van de juiste spanning op het apparaat aangesloten worden. |
| Spanningsdepressie |
Een abnormale spanningsval tot onder de verwachte waarde gedurende de ontlading van een batterij. |
| Spanningsomkering |
Het veranderen van de normale polariteit van een batterij vanwege overbelasting. |
| Spanningsvertraging |
Tijdsvertraging waarmee een batterij de benodigde werkspanning levert nadat deze onder belasting is geplaatst. |
| Specifieke energie |
De verhouding van de energie-uitgifte van een cel of batterij en zijn gewicht (Wh/kg). Deze term wordt door elkaar gebruikt met de term gravimetrische energiedichtheid. |
| Spiraalgewikkeld |
Een elektrodenstructuur met een groot oppervlak dat wordt verkregen door de elektroden en de separator in een spiraalvormige, opgerolde structuur te wikkelen. |
| Stroomcollector |
Een inerte structuur met hoge elektrische geleiding die wordt gebruikt om stroom van of naar een elektrode te leiden tijdens het ontladen of opladen. |
| Stroomdichtheid |
De stroom per eenheid actief gedeelte van het oppervlak van een elektrode.De stroom per eenheid actief gedeelte van het oppervlak van een elektrode. |
| Stroomverbruik |
De stroom die aan een batterij wordt onttrokken tijdens de ontlading. |
| Temperatuurafsluiter (TCO) |
Een beschermende voorziening of veiligheidsvoorziening (bijv. thermostaat, positieve temperatuurcoëfficiënt, enz.) die de temperatuur waarneemt (bijv. in een batterij) en de elektrische stroomkring opent of afsluit wanneer de aangegeven temperatuur wordt overschreden. Hiermee wordt een verdere temperatuurstijging, vanwege het opladen of ontladen van een batterij, voorkomen. |
| Thermistor |
Een temperatuurgevoelige weerstand, die doorgaans gemaakt is van speciaal bewerkte oxiden. |
| Thermostaat |
Een temperatuurgevoelige schakelaar. |
| Uurvermogen (zie ook C-vermogen) |
Een ontladingsvermogen, in ampère, van een batterij die de gespecificeerde diensturen levert tot een bepaalde drempelspanning. |
| Veilige afvalstort |
Een afvalstort die is ontworpen voor het storten van normaal huisvuil, maar die voldoet aan de overheidsnormen ter bescherming van het milieu. |
| Veiligheidsontluchter |
Een ontluchtingsmechanisme dat in een cel is aangebracht en dat in bepaalde omstandigheden van verkeerd gebruik geactiveerd wordt om interne druk te laten ontsnappen. |
| Verbruik |
De stroom die aan een batterij wordt onttrokken tijdens de ontlading. |
| Vermogen |
Het totale aantal ampère/uur of watt-uur dat in specifieke ontladingsomstandigheden kan worden onttrokken aan een volledig geladen cel of batterij. |
| Vermogensbehoud (of ladingsbehoud) |
Het gedeelte van het volledige vermogen dat in bepaalde ontladingsomstandigheden beschikbaar is van een batterij, nadat deze gedurende een bepaalde tijd opgeslagen is geweest. |
| Volumetrische energiedichtheid |
De verhouding van de energie-uitgifte van een cel of batterij en zijn volume (Wh/L). |
| Wandloos ontwerp |
Een batterijontwerp waarbij de structuurondersteuning voor de cellen wordt gevormd door een open plastic raamwerk. |
| Werkspanning |
De typische spanning of het typische spanningsbereik van een batterij tijdens ontlading (ook wel bedrijfsspanning of klemspanning genoemd). |
| Werkspanning (CCV) |
Het potentiaal of de spanning van een batterij wanneer deze wordt ontladen of opgeladen |
| Zekering |
Voorziening die wordt gebruikt voor het afsluiten van een elektrische stroom in het geval van een verkeerde omstandigheid. |
| Zelfontlading |
Het verlies aan nuttig vermogen van een batterij bij opslag vanwege een interne chemische actie (lokale actie). |